Pestprotocol
Pestprotocol
We maken op onze school zo nodig gebruik van een pestprotocol.
Uitgangspunten hierbij zijn:
1. Als pesten en pestgedrag plaatsvindt, ervaren we dat als een probleem op onze school zowel voor leerkrachten als ouders, kinderen, de gepeste kinderen, de pesters en de 'zwijgende' groep kinderen.
2. De school heeft een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te pakken door het scheppen van een veilig pedagogisch klimaat waarbinnen pesten als ongewenst gedrag wordt ervaren en in het geheel niet wordt geaccepteerd.
3. Leerkrachten en overblijfoma moeten alert zijn op pestgedrag in algemene zin. Als er pestgedrag optreedt, moeten leerkrachten en overblijfouders duidelijk actie ondernemen tegen dit gedrag. De verantwoordelijkheid blijft te allen tijde liggen bij de
leerkrachten.
4. Wanneer pesten, ondanks alle inspanningen weer optreedt, voert de school de uitgewerkte protocollaire procedure uit.
5. Dit pestprotocol wordt door het hele team, de schoolcommissie en de oudervertegen-
woordiging van de MR onderschreven en aan alle ouders ter inzage aangeboden.
De inhoud van het pestprotocol:
Het pestprotocol vormt de verklaring van de vertegenwoordigers van de school en de ouders waarin is vastgelegd dat men pestgedrag op school niet accepteert en volgens een vooraf bepaalde handelwijze gaat aanpakken.
De Willem-Alexanderschool wil voor alle kinderen die de school bezoeken een veilige school zijn. Dit betekent dat de school expliciet stelling neemt tegen pestgedrag en concrete maatregelen voorstelt bij voorkomend pestgedrag.
Protocol bij een vermoeden van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik
Kinderen zijn helaas te vaak slachtoffer van huiselijk geweld. Landelijke cijfers laten zien dat aandacht voor dit probleem nodig is. Dit geldt vooral voor preventie en signalering in een vroeg stadium. In de praktijk blijkt dat het omgaan met signalen die kunnen wijzen op huiselijk geweld onzekerheid teweegbrengt. Daarom gebruiken we op school het voorbeeld protocol voor het primair onderwijs ‘Vermoeden van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik’, zoals dat door het ministerie van OC&W in 2004 is opgesteld.
Dit protocol biedt een structuur aan en geeft handvaten hoe te handelen bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het doel van dit protocol is een vermoeden van huiselijk geweld bespreekbaar maken en de signalen doorgeven voor eventuele verdere hulp. Onze taak is het signaleren van huiselijk geweld en het aankaarten bij de verantwoordelijke instanties. De school is niet verantwoordelijk voor de verandering van de situatie of voor de hulpverlening. In het protocol staan concrete stappen om te nemen bij een vermoeden van huiselijk geweld. Dit gaat van observaties, gesprekken met IB-er en/of andere collega’s, het bespreken in een overleggroep tot melden bij AMK of de politie.
De overleggroep kan bestaan uit het hele buurtnetwerk of een aantal leden hiervan. Ons bestaande buurtnetwerk komt 4 x per jaar bij elkaar met als doel vroegtijdige signalering van problemen bij kinderen van 0 tot 12 jaar en het initiëren van preventieve activiteiten. In het buurtnetwerk zitten vertegenwoordigers van twee scholen, de peuterspeelzaal, de Stichting Welzijn 2000, Algemeen Maatschappelijk Werk, Icare Jeugdgezondheidszorg, GGD ZO-Drenthe (schoolverpleegkundige) en de politie.