De weg naar adaptief onderwijs

 

De weg naar adaptief onderwijs

 

Op de Willem-Alexanderschool streven we naar adaptief onderwijs. Adaptief komt van het woord adaptatie dat “passend” of “erbij passend” betekent. Adaptief onderwijs gaat uit van de capaciteiten van de leerling en sluit daarbij aan.

Ons doel van dit adaptieve onderwijs is dat leerlingen de kans krijgen om leerstof op een manier te verwerken die bij hen past. Sommige kinderen kunnen na een korte uitleg zelf aan de slag. Ze kunnen zichzelf nieuwe dingen leren en zelf nieuwe dingen uitzoeken. Andere kinderen hebben gerichte opdrachten en oefenstof nodig en door hiermee aan de slag te gaan krijgen zij de leerstof onder de knie. De laatste groep heeft extra uitleg nodig (dit noemen we ‘verlengde instructie’). Samen met de leerkracht gaan ze met de leerstof aan de slag en door extra oefentijd krijgen ook zij de leerstof onder de knie. Een grote groep kinderen gaat dus zelf aan de slag. Dit vereist zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid en eigen initiatief.

 

Stappen om het onderwijs adaptief te maken:

 

  1. Kinderen leren om met uitgestelde aandacht om te gaan.

  2. Kinderen leren om zelfstandig te werken (en deze verantwoordelijkheid te kunnen en durven dragen).

  3. Kinderen leren te werken aan de hand van een taakbrief.

  4. Leerkrachten geven directe instructie.

  5. Leerkrachten maken een vak adaptief.

  6. Leerkrachten geven adaptief les.

 

Onze stappen van het adaptieve onderwijs nader beschreven

  1. Kinderen leren om met uitgestelde aandacht om te gaan. In alle groepen wordt nu gewerkt met uitgestelde aandacht. Bij de kleuters wordt gewerkt met een knuffel: als die op de stoel van juf zit, mag je de juf even niet storen. In groep 3 t/m 6 wordt er gewerkt met de kleuren van een stoplicht (rood = niet storen, groen = welkom) en in groep 7/8 met een ander symbool (hoorntje) waarmee de kinderen weten of ze juf mogen storen. Natuurlijk varieert de tijd waarin je juf niet mag storen. Bij de kleuters starten we met een paar minuten en dat wordt steeds verder uitbereid in de hogere klassen.

 

  1. Kinderen leren om zelfstandig te werken (en de verantwoordelijkheid hiervoor kunnen en durven dragen). Bij uitgestelde aandacht hoort de volgende stap: wat doe je als er een probleempje is, maar juf mag niet gestoord worden? Technieken om toch verder te kunnen met je werk worden ook weer stapsgewijs aangeleerd.

 

  1. Kinderen leren te werken aan de hand van een taakbrief. In alle groepen wordt gewerkt met een taakbrief. Bij de kleuters ziet deze taakbrief er natuurlijk heel anders uit dan in groep 8. We werken bij de laagste groepen met picto’s (plaatjes), in hogere groepen schrijven we de taken gewoon op. De omvang van de taken wordt ook steeds verder uitbereid. Bij de kleuters gebruiken we twee taakjes in de week, vanaf groep 3 is er een taakbrief met steeds meer taken er op en vanaf groep 7/8 werken kinderen met een weektaak. In alle groepen mogen kinderen zelf beslissen wanneer ze de ‘moet-taken’ gaan doen. Vanaf groep 3 komen er ook ‘mag-taken’ bij. Ook bij het leren maken van de keuze worden de kinderen begeleid d.m.v. gesprekken.

 

  1. De leerkrachten geven directe instructie.

De directe instructie is een manier van lesstof aanbieden die goed bij onze school past. Ook in veel nieuwe methodes kom de ‘directie instructie’ voor. Het houdt (kort beschreven) in dat de les ingeleid wordt, de leerkracht vertelt het doel van de les (waarom is het handig dat je dit leert?) en geeft aan de hele groep een korte uitleg. Samen wordt er geoefend. Dat iedereen hierbij meedoet is van groot belang. Kinderen moeten de lesstof onder de knie krijgen! Dan wordt er individueel onder leiding van de leerkracht geoefend (kinderen mogen elkaar wel helpen) en later wordt de lesstof nog even kort herhaald. Het klassikale aspect vinden we in onze school belangrijk. Alle kinderen doen even mee, de klas krijgt intensieve begeleiding. Kinderen die de lesstof al begrijpen kunnen andere kinderen helpen. Vanuit dit model is de stap naar adaptief onderwijs niet zo groot meer.

 

5. De leerkrachten maken een vak adaptief.

Vanuit de directe instructie willen we de stap naar adaptieve lessen maken. Volgens ons zit adaptief onderwijs niet in welk werk je doet, maar op welke manier je het doet. De fasen van de directie instructie even op een rij:

Dagelijkse terugblik - Presentatiefase - Begeleide inoefening -

Individuele verwerking - Periodieke terugblik - Terugkoppeling.

De eerste twee fasen blijven het zelfde. De fasen daarna kun je aanpassen aan de leerlingen. We onderscheiden dan drie groepen:

  1. Kinderen die zelf aan de slag kunnen en zelfstandig nieuwe dingen kunnen ontdekken.

  2. Kinderen die zelf aan de slag kunnen na een korte uitleg met het materiaal dat jij ze als leerkracht geeft.

  3. Kinderen die hulp nodig hebben om de lesstof te verwerken. Samen met de leerkracht wordt de instructietijd uitgebreid en zo nodig wordt de opdracht samen gedaan. Zo proberen we aan te sluiten bij wat de kinderen kunnen.

 

6. De leerkrachten geven adaptief les.

De leerkrachten maken meerdere vakken adaptief; bieden de juiste materialen en oefeningen aan om zo op verschillende manieren lesstof te verwerken.

 

 

Praktische invulling

 

We willen op onze school zo goed mogelijk onderwijs geven. Als team stellen we ons geregeld op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. We volgen cursussen die van belang zijn voor de school en de leerlingen. Onze methoden en werkwijzen worden in een teamvergadering regelmatig besproken en zonodig bijgesteld.

We vinden een doorgaande ontwikkelingslijn voor de kinderen van groot belang. Er is regelmatig overleg over alle zaken die de school aangaan. We maken gebruik van nieuwe, moderne methoden voor de vakken rekenen, taal, lezen, aardrijkskunde, geschiedenis en biologie. Naast de basisstof geven deze methoden veel mogelijkheden voor differentiatie. Extra leerstof en opdrachten voor leerlingen die meer aankunnen en eenvoudiger leerstof en opdrachten voor kinderen die belemmeringen ondervinden.

 

Vormingsgebieden

 

Als de kinderen in groep 1 op school komen is spelen voor hen de belangrijkste manier om te "leren". In groep 2 worden, naast het spelend leren, de kinderen ook voorbereid op groep 3. Er worden reken- en taalspelletjes en schrijfoefeningen gedaan. Er blijft echter genoeg ruimte over om "kleuter" te zijn. De materialen in de kasten en de hoeken zijn allemaal op spelend leren gericht. De kinderen hebben vaak de keuze met welk materiaal ze willen werken.

De Wet op het Primair Onderwijs schrijft voor in welke vakken de kinderen les moeten krijgen en in het schoolplan staan de doelen aangegeven.

De volgende vakgebieden komen aan de orde:

- godsdienstige vorming

- nederlandse taal

- rekenen en wiskunde

- spel en bewegingsonderwijs

- engels

- bevordering sociale redzaamheid, waaronder verkeer

- bevordering gezond gedrag

- werken met ontwikkelingsmateriaal

- expressievakken: handvaardigheid
 

 

tekenen

muziek

- wereldverkenning: aardrijkskunde

geschiedenis

biologie/natuur/techniek

maatschappelijke verhoudingen en burgerschapsvorming

geestelijke stromingen