Onderwijskwaliteit

 

Onderwijskwaliteit

 

De onderwijskundige doelen zijn in de eerste plaats de doelstellingen zoals die in artikel 8 en 9 van de "Wet Primair Onderwijs" staan.

 

Als de kinderen onze school voor het eerst binnenkomen begint ons werk. We realiseren ons dat alle kinderen een eigen voorgeschiedenis hebben en zich min of meer al op persoonlijke wijze ontwikkeld hebben. We zien het als onze taak om hierbij aan te sluiten. Op school proberen we de kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling.

Tijdens hun schoolloopbaan blijft het onze opdracht de sociaal, emotionele, motorische en verstandelijke ontwikkeling zonder onderbreking te laten verlopen. De leerlingen krijgen daartoe kennis en vaardigheden aangereikt die hen in staat stellen creatief om te gaan met hun eigen mogelijkheden en de wereld om hen heen.

 

In de tijd dat de kinderen aan onze zorg zijn toevertrouwd willen we hen stimuleren om zelf ook initiatief te nemen. Door uitdagingen aan te bieden en een zelfstandige leerhouding te bevorderen, bieden we de kinderen mogelijkheden zich verder te ontwikkelen.

 

De kinderen hebben ook recht op bescherming en ondersteuning. De school moet een veilige en prettige speel-, leer- en leefomgeving zijn. Het onderwijsaanbod moet zodanig zijn, dat het de leerlingen ook rust en voldoening geeft.

In beginsel kan een kind de basisschool in acht jaar doorlopen. De schooltijden zijn gedurende de eerste vier jaren tenminste 3520 en in de volgende vier jaren 4000 uren. De kinderen krijgen per dag niet meer dan 5½ uur les, waarbij gelet wordt op een evenwichtige verdeling van de activiteiten.

In de wet is vastgelegd hoe de kerndoelen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden voor de kinderen zijn. We hebben als school met ons onderwijs de intentie om te voldoen aan de kerndoelen.

 

Op de Willem-Alexanderschool leggen we de nadruk op het aanleren van de basisvaardigheden taal, lezen, schrijven en rekenen. De kinderen leren op niveau lezen, zich mondeling en schriftelijk te uiten en omgaan met getallen. Daarnaast leren we de kinderen de noodzakelijke kennis en vaardigheden van de andere vakgebieden, daarbij proberen we de kerndoelen te realiseren, zowel per vakgebied als vakgebiedoverstijgend. Tot slot vinden wij het belangrijk de kinderen te begeleiden tot sociale persoonlijkheden, zodat ze op een goede manier kunnen meedoen aan het intermenselijk verkeer.

 

Voor kinderen die belemmeringen ondervinden bij het volgen van het onderwijs verwijzen we hier naar de zorgparagraaf. Het is in uitzonderlijke gevallen, in goed overleg met de ouders/verzorgers en de schoolbegeleidingsdienst, mogelijk minimum doelen te formuleren.

 

Werken aan kwaliteit

 

We werken voortdurend aan de verbetering van ons onderwijs. In de volgende zaken komt dit tot uiting:

 

  1. Met behulp van het computerprogramma "Werken met kwaliteitskaarten" (WMK) werken we aan de vastlegging en/of verbetering van de kwaliteit van de verschillende onderdelen van het onderwijs. Het WMK programma bestaat uit een aantal kwaliteitskaarten die de onderwijsinhoudelijke eisen weergeven en een antwoord vormen op de eis om voortdurend te werken aan de beschrijving, bewaking en verbetering van de kwaliteit van ons onderwijs.

Jaarlijks maken we een schooljaarplan waarin we aangeven waar we speciaal aan gaan werken. Aan het einde van het schooljaar wordt dit schooljaarplan geëvalueerd zodat we zicht houden op het bereiken van onze doelen.

 

2. We willen ons op school steeds meer richten op het afstemmen van het onderwijs op de mogelijkheden van onze kinderen. Dit noemen we "Adaptief onderwijs". De volgende vragen staan dan centraal:

- Hoe kunnen we omgaan met verschillen in de groep?

- Hoe kunnen we het omgaan met verschillen organiseren?

- Hoe kunnen we de kinderen actief betrekken bij het onderwijs?

- Wat kunnen we doen om de doeltreffendheid van het onderwijs min of

meer te vergroten en een veilig leef-, ontwikkelings- en leerklimaat voor

alle kinderen te creëren?